Een trillend stuur is voor veel mensen het sein om een afspraak voor uitlijnen te maken. Logisch, maar lang niet altijd terecht. Uitlijnen gaat over de stand van je wielen ten opzichte van de weg. Balanceren gaat over de verdeling van het gewicht over de velg. Als je stuur trilt tussen de tachtig en honderdtwintig kilometer per uur, dan wijst dat bijna altijd op een balanceerprobleem en niet op een verkeerde uitlijning. Voel je de trilling vooral in het stuur bij hoge snelheid, dan zit het vaak in de voorwielen. Zit het meer in de bodem of de stoel, dan komen de achterwielen in beeld. Een plakloodje dat is losgeraakt, een velg die krom is geraakt door een stoeprand of een band die niet goed om het wiel zit: dat zijn de klassiekers. Soms is het simpelweg een oud balanceergewicht dat bij de vorige garage verkeerd is geplakt. Er zijn ook gevallen waarin het niet aan de wielen ligt. Versleten rubbers in de ophanging, een kapotte schokdemper of een kromme aandrijfas geven vergelijkbare klachten. Dat zie je tijdens een gewone balansbeurt niet direct terug. Daarom rijden wij altijd eerst een stuk zelf voordat we de auto op de brug zetten, zodat we weten waar we moeten zoeken in plaats van blind onderdelen te vervangen. Twijfel je of jouw trilling van de wielen komt of van iets anders? Laat het gewoon meten. Een balanceerbeurt kost bijna niets en een uitlijnmeting vertelt je precies of je onderstel nog recht staat. Wacht er niet te lang mee: een band die langere tijd ongelijk draait, slijt scheef af en dan ben je uiteindelijk een stuk duurder uit.